Zalige paasvakantie achter de rug.
Vorige zaterdag zijn we naar ene gigantisch folkdansfestival in Budapest geweest en vanaf daar door gegaan naar Roemenië. Ik ben samen met Andris zondag ochtend vertrokken en de rest was maandag na gekomen. We hebben dan de trein genomen dat een verlaten dorp vlak voor de grens van Roemenië, zo’n 360 kilometer van pécs. We hebben daar een dikke vier uur over gedaan. Dan zijn we met twee beginnen liften om over de grens te geraken. Dat zijn daar echt super strenge controles, ge moet uwe pas afgeven en als ge pech hebt heel uw auto uitladen.
Toen we aan het liften waren hebben we nog last gehad van de politie omdat we langs een snelweg stonden. Chance dat Andris zich echt uit alles kan uitpraten, vooral in het Hongaars
. Na vijf minuten konden we al met iemand mee die rechtstreeks naar Cluj reed (nog is 200 kilometer verder). Ne zalige kerel, die al veel van de wereld gezien had. Hij kon zelfs een beetje Nederlands. Hij had wel op politiek vlak nogal extreme ideeën, maar dat konden we er wel bijnemen.
Na twee uur verder gereisd te hebben in de tijd (door het zomeruur en de tijdzone) en een nacht te hebben overgeslagen omdat het festival zo leuk was, was het bangelijk om bij Andris thuis te komen. Natuurlijk was ik uitgehongerd en zijn mama had zijn lievelingseten gemaakt, lever. Ik denk dat het goed was dat ik zoveel honger had. Het was een vreemde sensatie om na 2 maanden binnen te komen in een huis. Ik was al bijna vergeten hoe dat voelt, want die dormitory dat is verre van een huis, meer een vatsig kruipkot.
Twee nachten heb ik daar geslapen en ik werd rot verwend door de bomma en de mama. Dan erna met de trein naar Sighisoara waar de neef van Andris ons kon rondleiden. Dat was een van de mooiste steden die ik ooit gezien heb. Daar ook mijn eerste confrontatie met kleintjes van 4 of 5 jaar die rond u benen komen hangen en vragen voor geld. Dat is echt hard om u verstand op nul te zetten en in die hun ogen kijken en dan nee zeggen. Het verschil tussen arm en rijk is enorm, zelfs bij de zigeuners. Ge hebt er die in van die gipsy kastelen leven en andere die in houten hutjes wonen.
Onze volgende bestemming was Brasov. Het was vrij teleurstellend, waarschijnlijk ook door een overdosis citytrip en kerkbezoeken. We hebben dan ook besloten om diezelfde dag nog naar Sibiu te vertekken en daar wat natuur en dorpjes te doen. Onze laatste bestemming was Deva, de stad met al die straathonden. Daar hebben we dan nog een kasteel bezocht en rond de middag terug naar Pécs vertrokken. Terug de trein tot de grens genomen en in drie ploegen gelift. Wij zijn drie keer van auto moeten veranderen en waren uiteindelijk na 8 uur reizen weer in Pécs. De laatste groep had minder geluk en zat vast aan de grens omdat niemand hen wilde meenemen. Ze hebben dan maar naar de paas nachtmis geweest en wat geslapen in de Mc Donalds en de eerste bus naar Pécs genomen.
Dolle avonturen en dolle ervaringen, het was een bangelijke reis.

















































































































































































































































































































































































